Aanvullend pensioen onder druk

Hoe kan u de vrijstelling van erfbelasting voor de gezinswoning maximaliseren?

Het deel in de gezinswoning dat de langstlevende echtgenoot van diens overleden echtgenoot erft is vrijgesteld van erfbelasting in Vlaanderen.

Wanneer de gezinswoning zich in het gemeenschappelijk vermogen bevindt, wordt dit gemeenschappelijk goed vaak via een langst-leeft-al clausule of een keuzebeding in het huwelijkscontract volledig in volle eigendom aan de langstlevende echtgenoot toebedeeld om maximaal te genieten van de vrijstelling. Bij nader inzien wordt de vrijstelling op die manier maar voor de helft benut.

Hoe kan de vrijstelling worden gemaximaliseerd?

Zoals gezegd, nemen echtgenoten vaak een keuzebeding op in hun huwelijkscontract waardoor de langstlevende echtgenoot bij het eerste overlijden de keuze heeft om uit de huwgemeenschap die goederen te nemen die hij/zij wenst. Doorgaans worden er in het huwelijkscontract een tiental verschillende (standaard) keuzemogelijkheden opgenomen. De langstlevende echtgenoot kan er dan bijvoorbeeld voor kiezen om de volledige huwgemeenschap in volle eigendom te verwerven.

Het vermogen dat de langstlevende echtgenoot kiest via dit keuzebeding gaat niet over via de nalatenschap, maar wel door de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap. In principe zou er hierop dus geen erfbelasting betaald moeten worden. De wetgever zag dit echter anders. Via een antimisbruikbepaling betaalt de langstlevende echtgenoot toch erfbelasting op alles wat hij via het keuzebeding verkrijgt bovenop zijn helft van de huwgemeenschap (art. 2.7.1.0.4. VCF).

We nemen een eenvoudig voorbeeld: Jan en An zijn getrouwd onder het wettelijk stelsel. Via een huwelijkscontract voegden zij een keuzebeding toe aan hun stelsel om de langstlevende echtgenoot te beschermen.

An overlijdt. Kiest Jan voor de volledige huwgemeenschap in volle eigendom, dan zal hij erfbelasting betalen op de helft van de huwgemeenschap (met name op het deel dat hij kiest bovenop zijn eigen helft). Stel dat Jan en An een gemeenschappelijk vermogen hebben waarin de gezinswoning zit met een waarde van 100 en ook een beleggingsportefeuille met een waarde van 100. Kiest Jan de volledige huwgemeenschap, dan zal hij op alles boven de helft hiervan erfbelasting moeten betalen. Concreet gaat het dus over de helft van de gezinswoning (50) en de helft van de portefeuille (50). Voor de 50 die betrekking heeft op de helft van de gezinswoning geldt de vrijstelling, zodat Jan daarop geen erfbelasting moet betalen. De vrijstelling wordt echter niet maximaal benut, met name slechts ten bedrage van 50 en niet ten bedrage van 100. Op de andere 50 die betrekking heeft op de beleggingsportefeuille betaalt Jan erfbelasting.

Maak de juiste keuze in uw keuzebeding…

Via het keuzebeding zou Jan ook een andere keuze kunnen maken. Hij zou er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om de beleggingsportefeuille volledig in volle eigendom naar zich toe te halen. Zo is zijn niet-belaste helft van de huwgemeenschap al ‘opgevuld’. Omdat de beleggingsportefeuille (100) de helft van de huwgemeenschap (100) niet overtreft, is er geen toepassing van het fictieartikel 2.7.1.0.4 VCF. Jan verkrijgt dus de volledige beleggingsportefeuille en betaalt hierop 0 euro erfbelasting.

Met betrekking tot de gezinswoning maakt Jan géén keuze. Omdat er geen keuze wordt gemaakt, valt deze volledig in de nalatenschap van An.

… in combinatie met een testament …

Via een testament wordt de gezinswoning door de eerstoverleden echtgenoot vermaakt aan de langstlevende echtgenoot. Deze testamentaire vermaking gebeurt onbelast dankzij de vrijstelling. Aangezien de volledige gezinswoning in de nalatenschap van An valt, wordt de vrijstelling maximaal benut ten belope van 100. Uiteindelijk zal Jan dus de volledige huwgemeenschap (beleggingsportefeuille + gezinswoning) ontvangen zonder erfbelasting.

…waarin 1% blote eigendom wordt vermaakt aan uw kind(eren)

Jan en An hebben één dochter, Anja. Na het overlijden van de langstlevende ouder Jan erft Anja 100% van de gezinswoning in één keer. De factuur erfbelasting zal aanzienlijk zijn omwille van de progressiviteit van de belastingschalen.

De verschuldigde erfbelasting kan echter tot een minimum worden herleid door Anja via het testament van de eerstoverleden ouder An al 1% van de blote eigendom van de gezinswoning toe te bedelen. Op deze 1% blote eigendom betaalt Anja een zeer beperkt bedrag aan erfbelasting. Wanneer Anja vervolgens samen met de langstlevende ouder Jan voor de blote eigendom uit onverdeeldheid treedt aan het verdeelrecht van 2,5%, zal Anja bij het overlijden van haar langstlevende ouder Jan geen erfbelasting (aan progressieve tarieven tot 27%) meer moeten betalen. Bovendien behoudt de langstlevende ouder Jan zolang hij leeft het vruchtgebruik en dus het exclusieve genot van de gezinswoning.

Vermijd standaardmodellen!

De praktijk leert dat veel standaardmodellen van keuzebedingen een default keuze voorzien m.b.t. de gezinswoning wanneer de langstlevende echtgenoot zelf geen keuze maakt. Vaak laat het keuzebeding dus niet toe dat er géén keuze wordt gemaakt m.b.t. de gezinswoning, zodat de gezinswoning volledig in de nalatenschap kan terechtkomen, en de vererving kan gebeuren via testament waardoor de vrijstelling wordt gemaximaliseerd.

Wij raden u aan om uw keuzebeding te laten nalezen door een specialist en niet zomaar akkoord te gaan met een standaardmodel. De butlers van B-sure kijken graag over uw schouder mee.

Disclaimer B-sure
Dit artikel en/of beeldmateriaal verstrekt commerciële informatie en mag in geen geval gelijkgesteld worden met beleggingsadvies. De verstrekte informatie vormt geen aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten of diensten. De informatie in dit document is afkomstig van zorgvuldig gekozen bronnen. B-sure geeft echter geen enkele garantie over de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid, de volledigheid of de opportuniteit van de informatie, gegevens of publicaties. De redactie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet-verwezenlijken van de verwachtingen.

Schenking of testament: wat zijn de voor- en nadelen?

Er zijn reeds verschillende artikels gewijd aan successie en testamenten. Dit zijn inderdaad de 2 belangrijkste technieken voor de successieplanning. Een geslaagde successieplanning moet doordacht gebeuren. Elke situatie is verschillend. Laten we daarom de voor- en nadelen van beide methodes even van nabij bekijken.

De schenking

De schenking is een overeenkomst waarbij een schenker gratis en onherroepelijk afstand doet van een roerend of onroerend goed ten gunste van een begiftigde, die dit goed aanvaardt.

Deze methode van successieplanning heeft de laatste jaren aan belang gewonnen door de aanpassing van de fiscale tarieven. Vroeger was een testament opstellen de meest gangbare manier om een goed na te laten. Nu wint de schenking terrein. Reden hiervoor is de recente verlaging van de schenkbelasting.

De voornaamste eigenschap van de schenking is dat deze bij leven gebeurt en onmiddellijke uitwerking heeft. Het directe gevolg hiervan is dat de schenking onherroepelijk is. Door een schenking haalt de schenker een bepaald deel van zijn patrimonium definitief uit zijn vermogen. Het is echter wel mogelijk bepaalde beperkingen in te bouwen in de schenking, zoals het voorbehoud van vruchtgebruik van bijvoorbeeld een woning, het verbod op inbreng in de huwgemeenschap, de schenking onder last of de schenking met vervreemdingsverbod.

De voornaamste motivatie hiervoor is natuurlijk het fiscale aspect: de tarieven van de schenkbelasting (schenkingsrechten) zijn over het algemeen interessanter dan de tarieven van de erfbelasting (successierechten). Hoe groter de som en hoe verder de afstand tussen schenker en begunstigde, des te interessanter wordt het om te schenken in plaats van te laten erven. Daarenboven verlaagt de schenking het volume van het erfdeel, waardoor na het overlijden ook de erfbelasting lager zal liggen, omwille van het feit dat de tarieven toenemen in functie van de omvang van het erfdeel.

Bij een schenking moet ook rekening gehouden worden met de 3-jaarsregel (in Vlaanderen en Brussel) of de 5-jaarsregel (in Wallonië). Dit wil zeggen dat, als de schenker van een roerend goed binnen de drie of vijf jaar na de hand- of bankgift sterft, de begiftigde erfbelasting zal moeten betalen. Gebeurde de schenking echter voor een notaris of via het registratiekantoor, dan moet er wel onmiddellijk schenkbelasting (schenkingsrechten) betaald worden, maar dan is de erfgenaam later voor deze goederen volledig van erfbelasting vrijgesteld.

SCHENKING VAN ROERENDE GOEDEREN

De schenking van roerende goederen kan gebeuren onder de vorm van een handgift, van een onrechtstreekse schenking per overschrijving (bankgift) of van een geregistreerde of notariële schenking. De schenkingstarieven op roerende goederen worden in ons land regionaal bepaald.

Een schenking kan via een (al of niet geregistreerde) hand- of bankgift, of voor een notaris gebeuren. De regel wil dat een schenking notarieel gebeurt, toch zijn bepaalde andere schenkingstechnieken, zoals een bankgift, ook in het recht toegelaten. Dit is gunstiger (geen schenkbelasting/schenkingsrechten), maar ook risicovoller, want als de schenking nietig beschouwd wordt, zul je toch erfbelasting moeten betalen. De begiftigde kan echter zelf een handgift laten registeren door het bewijs van de schenking over te maken aan een registratiekantoor.

Eenmaal de schenkbelasting betaald is, verdwijnen deze roerende goederen definitief uit de nalatenschap. Schenkbelasting wordt betaald door de schenker of door de begiftigde, dat maakt niets uit, als ze maar betaald worden.

SCHENKING VAN ONROERENDE GOEDEREN

De schenking van onroerende goederen zal wel altijd voor een notaris moeten gebeuren. De schenkingstarieven op onroerende goederen worden in ons land eveneens regionaal bepaald door de fiscale woonplaats van de schenker. Daarenboven zijn de tarieven progressief: hoe hoger de waarde, des te meer schenkbelasting je betaalt. Ook de band tussen schenker en begiftigde bepaalt mee de tarieven: hoe nauwer de band, des te minder belasting.

 

Het testament

Een testament is een akte waardoor iemand bepaalt wat er na zijn/haar dood met zijn/haar nalatenschap moet gebeuren. Het testament heeft geen enkele invloed op het vermogen van de erflater, die er dus nog zijn heel leven vrij over kan beschikken. Hij doet ermee wat hij wil.

Een testament hoeft niet noodzakelijk voor een notaris te gebeuren, maar het is wel aangeraden het testament op te stellen met de hulp van een persoon die je kan begeleiden. Die zal ook kunnen vermijden dat er fouten gebeuren en dat de nalatenschap uiteindelijk niet bij de gewenste persoon terechtkomt. Je mag inderdaad niet gelijk watdoen met een testament. Je moet weten dat er wettelijk beschermde erfgenamen zijn die recht hebben op het gereserveerde deel, de zogenaamde wettelijke reserve. Je mag slechts vrij beschikken over het beschikbare deel van je vermogen.

De erfbelasting wordt door de erfgenaam betaald. Hoewel de tarieven tussen de gewesten soms erg kunnen verschillen, blijven de principes grotendeels gelijkaardig. Het is ook de fiscale woonplaats (gedurende de 5 laatste levensjaren) van de erflater die het gewest bepaalt. De erfbelasting wordt ook bepaald door de waarde van de erfenis: hoe hoger de waarde ervan, des te meer erfbelasting. Ook de band tussen erflater en erfgenaam bepaalt de tarieven: hoe nauwer de band, des te minder erfbelasting.

 

Overzicht

Schenking Testament
Bij leven Na de dood
Roerende/onroerende goederen Roerende/onroerende goederen
Onherroepelijk Aanpasbaar
Schenkbelasting (schenkingsrechten) in functie van:
• de fiscale woonplaats van de schenker• de waarde van de schenking• de band tussen schenker en begiftigde
Erfbelasting (successierechten) in functie van:

• de fiscale woonplaats van de erflater (gedurende de 5 laatste levensjaren)

• de waarde van de erfenis

• de band tussen erflater en erfgenaam

Schenking roerende goederen: wel of niet via notaris. Indien zonder notaris, wel of niet laten registreren. Testament: wel of niet via notaris
Schenking onroerende goederen: altijd via notaris
Schenkbelasting wordt betaald door de schenker of door de begiftigde. De erfbelasting wordt door de erfgenaam betaald.

 

De beslissing om te schenken of om iets na te laten via een testament moet na wijs overleg gebeuren. Beide hebben inderdaad een grote invloed op je vermogen. Een geslaagde successieplanning kan slechts met deskundige raad gebeuren, bijvoorbeeld van een onze vermogensplanner of een notaris.

 

 

Bron: 22/09/2022, NN verzekeringen

 

Disclaimer B-sure
Dit artikel en/of beeldmateriaal verstrekt commerciële informatie en mag in geen geval gelijkgesteld worden met beleggingsadvies. De verstrekte informatie vormt geen aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten of diensten. De informatie in dit document is afkomstig van zorgvuldig gekozen bronnen. B-sure geeft echter geen enkele garantie over de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid, de volledigheid of de opportuniteit van de informatie, gegevens of publicaties. De redactie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet-verwezenlijken van de verwachtingen.

De overlijdensverzekering uitgelicht.

Alle cruciale weetjes over de overlijdensverzekering.

In alle drukte van het dagelijkse leven sta je er wellicht zelden bij stil … Maar stel dat jou plots iets overkomt? Een overlijden heeft altijd impact op de financiële toekomst van je gezin of het behoud van je vermogen. Kun je bijvoorbeeld nog je hypothecaire lening aflossen? De studies van de kinderen betalen? Komt het voortbestaan van je onderneming in het gedrang?

Het gezinsinkomen daalt immers fors, terwijl de financiële verplichtingen blijven. Gelukkig bestaat er een handige oplossing. Eentje die zelfs meegroeit op het ritme van je leven: de overlijdensverzekering.Hiermee bescherm je de levensstandaard van je gezin, betaal je het studiegeld van de kinderen, waak je over je nalatenschap, regel je successierechten … Bovendien verzeker je als zelfstandige ook de continuïteit van je zaak.‘Overlijdensverzekering’ klinkt misschien zwaar in de oren. Maar toch is het raadzaam om je een beetje in het topic, én de diverse mogelijkheden, te verdiepen.We nemen je graag mee op sleeptouw:

Welke impact heeft een overlijden op je financiële toekomst?

We zijn allemaal vertrouwd met de toenemende vergrijzing. Maar wist je ook dat zo’n 10% van de Belgen nooit de pensioengerechtigde leeftijd haalt? Een cijfer dat best tot nadenken stemt.

Vooral bij Belgen tussen de 35 en de 49 jaar zou hun overlijden ervoor kunnen zorgen dat het gezin in financiële moeilijkheden komt. Eenoudergezinnen zijn de meest kwetsbare groep. Niet minder dan 79% van de alleenstaande ouders geeft aan dat hun gezin financieel kwetsbaar is in geval van overlijden. Jammer genoeg is slechts 5% van de alleenstaande ouders vandaag ook effectief beschermd.

Bij de Belgen tout court beschermt slechts 1 op 10 zijn nabestaanden voor het geval hij plots zou wegvallen. Dit percentage staat in schril contrast met de manier waarop de Belg zijn auto beschermt: 75%  neemt een autoverzekering!

Wat is een overlijdensverzekering?

De meeste gezinnen tellen twee kostwinners. Als plots één van die kostwinners overlijdt, dreigt naast veel menselijk leed ook een financiële kater. Hoe dek je jezelf in tegen het plotse overlijden van je levenspartner?

DE OVERLIJDENSVERZEKERING UITGELEGD

Met een overlijdensverzekering verzeker je je tegen de financiële gevolgen. Zo krijg je bij het overlijden van de verzekerde een som geld om mogelijke facturen, de huur van de gezinswoning, successierechten … te betalen. Een hele geruststelling! Meer nog: meteen een financieel duwtje in de rug om de levensstandaard van je gezin én toekomst veilig te stellen.

Je bepaalt zelf het verzekerde kapitaal. Maar uiteraard betaal je een hogere premie als je een hoger kapitaal verzekert. De premie, hetzelfde bedrag voor vrouwen en mannen, hangt af van je leeftijd, gezondheidssituatie …

Er is kans dat je een medische vragenlijst moet invullen of een onderzoek ondergaan bij een arts. In bepaalde gevallen (bv. bij een beperkt verzekerd bedrag) volstaat een gezondheidsverklaring. Op basis hiervan zal de verzekeraar je een premievoorstel doen.

WAT IS DE LOOPTIJD VAN MIJN POLIS? 

De looptijd van je polis? Meerdere keuzes:

  • Je kiest voor een welbepaalde termijn, bijvoorbeeld tot je kinderen het huis verlaten. Als de verzekerde overlijdt binnen deze termijn, wordt het verzekerde kapitaal uitgekeerd.
  • Je kiest voor een polis tot je pensioenleeftijd. Overlijdt de verzekerde voor de bereikte pensioenleeftijd? Dan ontvangen de nabestaanden het verzekerde bedrag.
  • Je kiest voor een polis zonder einddatum. Hierbij kiest de verzekerde om zich te laten verkeren tot het noodlot toeslaat. Dan ontvangen de aangeduide begunstigde een bepaald bedrag.

Weet dat je steeds je polis kan beëindigen als je deze niet langer nodig hebt, bijvoorbeeld na een scheiding.

Wat is het verschil tussen een overlijdensverzekering en een levensverzekering?

Achter de term levensverzekering gaan verschillende soorten verzekeringen schuil:

1) Een ‘pure levensverzekering’ is geschikt voor mensen die op een bepaald moment in hun leven over extra kapitaal willen beschikken. Deze verzekering wordt niet uitbetaald bij een overlijden, maar wel bij  leven, op een vooraf gekozen datum, meestal de pensioensleeftijd. Dit zodat ze nog bepaalde plannen kunnen realiseren, zoals een droomreis maken of een boot kopen.

Bij dergelijke levensverzekering betaalt de verzekeraar een op voorhand afgesproken bedrag mét rente uit. Weliswaar op voorwaarde dat je op een vooraf afgesproken dag nog leeft. Zo’n verzekering kan handig zijn als je na je loopbaan een aanvulling wenst op je wettelijk pensioen, zodat je je levenscomfort op peil kan houden. In dat verband spreken we ook over pensioensparen.

Tak 21- en tak 23-levensverzekeringen zijn de belangrijkste levensverzekeringen. In deze categorie vind je ook uitvaartverzekeringen.

2) Zoals de naam doet vermoeden … keert de verzekeraar bij een overlijdensverzekering een kapitaal uit als de verzekerde overlijdt vóór de einddatum van het contract. We onderscheiden drie soorten overlijdensverzekeringen:

  • tijdelijke overlijdensverzekering
  • levenslange overlijdensverzekering
  • schuldsaldoverzekering

Wat houdt de ‘aangifte van nalatenschap’ precies in?

Bij elk overlijden moet je de nalatenschap van de overledene aangeven bij de belastingdienst. Ook als de overledene weinig of geen bezittingen heeft, is er een aangifte nodig. In deze aangifte staat het geraamde vermogen van de overledene, plus een uitvoerige beschrijving tot het verkrijgen van de nalatenschap.

Je hoeft natuurlijk niet te wachten tot je dood om je vermogen te schenken:

  • Als je het doet via de notaris terwijl je nog leeft, betalen je nabestaanden geen successierechten of erfbelasting, maar goedkopere schenkbelasting.
  • Je kunt ook schenken zonder bij een notaris langs te gaan. Maar als je dan binnen de drie jaar sterft, zijn je nabestaanden toch successierechten verschuldigd. Met een schenkingsverzekering krijgen je nabestaanden – wanneer jij binnen de drie jaar na je schenking overlijdt – het geld om de successierechten te betalen.

Met een schenkingsverzekering of overlijdensverzekering bescherm je je dierbaren tegen een hoge erfbelasting. Die successierechten lopen in Wallonië en Brussel nog op tot 80% in de hoogste schijf, in Vlaanderen tot 55%. Hou er rekening mee dat wettelijk samenwonenden enkel vruchtgebruik van woning en inboedel erven, terwijl feitelijk samenwonenden helemaal niets erven. Dankzij een overlijdensverzekering kan je echter wel roerend goed overmaken aan de langstlevende. Stiefkinderen in nieuw samengestelde gezinnen erven niets, ook voor hen biedt een overlijdensverzekering dus een oplossing.

Hoe het dan concreet voor jouw geval in z’n werk gaat? Je nabestaanden nemen een overlijdensverzekering met jou als verzekerde. Bij je overlijden krijgen zij vervolgens het verzekerde bedrag van de geschatte belasting en blijft de impact voor hen beperkt.

www.nn.be

 

Wat met de nieuwe circulaire in verband met de 80% regel?

Als zelfstandige reken je niet automatisch op een overvloedig pensioen. Gelukkig zijn er aan aantal opties om aanvullend aan pensioensparen te doen. Het aanvullend pensioenkapitaal dat een zelfstandige opbouwt binnen een IPT-verzekering, mag echter niet meer bedragen dan 80% van het normale bruto jaarloon van het laatste jaar. Bij de bepaling van dit maximumbedrag, wordt ook rekening gehouden met het geraamde wettelijk pensioen. Maar de berekeningsmethode van die raming werd begin april aangepast door een nieuwe circulaire van de FOD Financiën.

WAT IS EEN IPT?

Bent u een zelfstandig bedrijfsleider die werkt vanuit een vennootschap? Dan kan u een Individuele Pensioentoezegging (IPT) afsluiten. Dit vormt de ideale aanvulling op het wettelijk pensioen en het Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandig (VAPZ). De premies van uw IPT zijn bovendien integraal fiscaal aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Hierbij moet u wel rekening houden met de 80%-regel: het wettelijk en aanvullend pensioen mogen samen niet hoger zijn dan 80% van uw normale brutoloon van het laatste jaar. De 80%-regel wordt dus als volgt opgebouwd:

Aanvullend pensioen ≤ (80% van het normale bruto jaarloon – geraamd wettelijke pensioen)

GERAAMD WETTELIJK PENSIOEN

Een parameter in bovenstaande berekening is het wettelijk pensioen. Voor een lange tijd mochten bedrijfsleiders met een zelfstandig statuut hun wettelijk pensioen forfaitair ramen op 25% van hun bruto jaarloon. Sinds kort moet u echter een proportionele berekeningsmethode hanteren waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • Het tijdstip waarop u de loopbaanjaren presteerde (voor of vanaf 2021).
  • Het sociaal statuut waarin u zich bevond tijdens de loopbaanjaren.

In het kort moet u rekening houden met volgende regels:

  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als zelfstandige vóór 2021: u mag het wettelijk pensioen nog steeds ramen op 25% van uw bruto jaarloon van 2020. Maar opgelet: het bruto jaarloon waarop de 25%-regel wordt toegepast, moet steeds die van het jaar 2020 zijn, ook voor berekeningen in de toekomst.
  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als zelfstandige vanaf 2021: u mag het wettelijk pensioen ramen op 50% van het bruto jaarloon van het jaar waarin de 80%-grens wordt berekend.
  • Voor uw loopbaanjaren gepresteerd als werknemer voor 2021: u mag het wettelijk pensioen ramen op 50% van het bruto jaarloon van het jaar waarin de 80%-grens wordt berekend.

Deze nieuwe regeling is van toepassing vanaf aanslagjaar 2022 (en dus inkomstenjaar 2021). Dit betekent dat u vanaf 1 januari 2021 alle 80%-berekeningen moet uitvoeren aan de hand van bovenstaande methode.

Er is al veel over gezegd én geschreven, de circulaire van 31 maart waarbij de correctiecoëfficiënt is afgeschaft. De technische inhoud van deze circulaire vindt u hier. Dat deze circulaire een impact gaat hebben op de berekening voor de opbouw van uw aanvullende  pensioen staat buiten kijf, maar hoe moeten we hier nu mee omgaan met alle onduidelijkheden die er nog zijn?

Waarom moet er voor een zelfstandige plots rekening gehouden worden met 50% van het brutosalaris als wettelijk pensioen (met een minimum en maximum van de wettelijke plafonds)?

Voor een loontrekkende is dit volstrekt begrijpelijk want de pensioenbijdrage voor het wettelijk pensioen wordt berekend op het bruto jaarsalaris van een loontrekkende (zonder de voordelen alle aard), maar bij een zelfstandige wordt de pensioenpremie voor het wettelijk pensioen gebaseerd op het netto belastbaar inkomen. Maar dat netto belastbaar inkomen is nog niet gekend in het jaar dat de 80% regel wordt berekend.

B-sure stelt de fiscale veiligheid van haar klanten voorop.

Daarom rekenen wij alvast met een “aangepaste berekening van de 80%-regel”. Wanneer we het laatste netto belastbare inkomen van de zelfstandige klant niet kennen, wordt er gekozen voor de veiligste methode en wordt er met 50% van de huidige bruto bezoldiging gerekend (inclusief de voordelen alle aard), anders rekenen we met 50% van het netto belastbaar inkomen van 2021.

Totdat alles is uitgeklaard, lijkt B-sure dit de meest correcte methode.

B-sure gelooft immers niet in een “disclaimer” die vermeldt dat er geen enkele garantie kan worden gegeven omtrent de fiscale aftrekbaarheid van de premies en de “oude berekeningsmethode te blijven hanteren.

We better B-sure for your future

Start the conversation

6 tips over hoe je met je familie praat over wat er gebeurt als jij er niet meer bent

Hopelijk leef je nog vele jaren, maar die zekerheid heb je niet. Het kan ook plots morgen gedaan zijn. Stel een gesprek over de toekomst dus niet uit. Want ‘Laat is ooit te laat’.

Praat er samen over.

Bekijk de video en lees daarna de 6 tips hieronder om je op weg te helpen.

Zo begin je eraan:

1. MAAK VOOR JEZELF UIT HOE JIJ WILT DAT DE TOEKOMST VAN JE GEZIN ERUIT ZIET ALS JE ER NIET MEER BENT

Vorm je eerst zelf een beeld van hoe de situatie van je gezin eruit zal zien na jouw overlijden. Kan je familie in jullie huis blijven wonen? Kan je partner blijven werken en hoe moet het dan met de opvang en de studies van de kinderen? Verzamel concrete cijfers over jullie financiële situatie nu en op het moment dat jij zou wegvallen. Het is bijvoorbeeld handig om deze oefening te maken en het gesprek te voeren op een moment dat jullie een belangrijke beslissing nemen in het leven, zoals een huis kopen, van werk veranderen, enz.

2. PRAAT, MAAR LUISTER OOK

Jij hebt nagedacht over wat je wilt als jij er niet meer bent, maar je gesprekspartner misschien nog niet. Praat daarom niet alleen over jouw standpunt, maar geef hem of haar de kans om ook gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Via een sereen gesprek kunnen jullie samen bepalen wat jullie belangrijk vinden als een van jullie er niet meer is.

Ontdek in dit filmpje hoe Cindy en haar bomma elkaar vertellen wat hun grootste angsten zijn voor de toekomst. Meer tips onder het filmpje

3. VIND EEN COMFORTABELE PLEK OM TE PRATEN

Over de dood praten thuis, terwijl je aan het koken bent of de kinderen rondlopen, is niet ideaal. Op neutraal terrein gaat het vaak makkelijker. Tijdens een wandeling bijvoorbeeld of als je samen iets gaat drinken.

4. LAAT HEFTIGE EMOTIES TOE, MAAR MAAK GEEN RUZIE

Emoties kunnen hoog oplopen wanneer je over het leven na de dood praat en dan loert ruzie om de hoek. Laat het niet zover komen. Luister kalm naar de gevoelens van de ander, vraag hem of haar vanwaar dat gevoel komt. Zo kun je er rekening mee houden en samen nadenken over een plan voor de toekomst.

5. ONTHOUD DAT PRATEN OVER ZOIETS HEFTIGS ALS DE DOOD JULLIE BAND KAN VERSTERKEN

Openlijk praten over wat er moet gebeuren als een van jullie overlijdt, scherpt jullie gemeenschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel aan. Het kan op die manier een positieve ervaring zijn voor jullie allebei.

6. MAAK SAMEN EEN PLAN VOOR DE TOEKOMST

Een goed gesprek over overlijden is zeer nuttig, maar niet voldoende. Vergeet niet samen de zaken aan te pakken die geregeld moeten worden voor de toekomst. Het is bijvoorbeeld een goed idee om naar je verzekeringsmakelaar te stappen en het over een overlijdensverzekering te hebben.

 

Het einde van ons leven zwijgen we liever dood

Praten over de dood lijkt nog steeds een taboe.

Zo toont de Financiële Gemoedsrust Barometer van NN (maart 2022) aan dat 57% van de Belgen nog nooit met zijn partner of gezin gepraat heeft over de mogelijke financiële gevolgen van een overlijden.

41% had zelfs nog nooit bij het thema stilgestaan.

Praten zorgt voor gemoedsrust

Opvallend, 80% zei dat het gesprek vlotter verliep dan ze verwacht hadden en 75% voelde zich erdoor gerustgesteld. De mensen in de video gingen met hun geliefden het gesprek aan over doodgaan.

We wensen ook jou de moed om erover te praten.

Bron: NN verzekeringen

Origineel artikel: artikel

Zorgen voor morgen?

Wanneer u terminaal ziek bent, zal successieplanning niet uw voornaamste zorg zijn. Toch loont het de moeite om tijdig actie te ondernemen.  

Laten we het volgende voorbeeld als uitgangspunt nemen: Jan en An zijn gehuwd zonder huwelijkscontract. Zij hebben twee kinderen van 6 en 8 jaar. Jan heeft recent de diagnose gekregen dat hij terminaal ziek is. Hij heeft nog maar een paar maanden te leven. Jan wenst dat het volledige gemeenschappelijk vermogen na zijn overlijden bij An terechtkomt, zodat zij alleen verder kan zorgen voor hun minderjarige kinderen.  

Hoe kan Jan ervoor zorgen dat na zijn overlijden het volledige gemeenschappelijk vermogen terechtkomt bij An?  

  • Schenking?  

Een schenking is interessant omdat die kan gebeuren aan het vlak tarief van 3% schenkbelasting. Zodoende wordt progressieve erfbelasting tot 27% vermeden. Jan kan echter enkel eigen vermogen schenken aan An. Het is juridisch niet mogelijk om goederen uit de huwgemeenschap te schenken aan de andere echtgenoot.  

  • Beding van aanwas?  

Via een beding van aanwas komen echtgenoten overeen dat de goederen die zij samen in onverdeeldheid bezitten exclusief aan de langstlevende van hen zullen toebehoren. Het gaat om een ruil van kansen: de ene echtgenoot verleent de andere de kans om begunstigde van het beding te zijn, in ruil voor de kans om zelf begunstigde te zijn indien hij zelf het langst leeft. Indien bepaalde spelregels worden nageleefd, wordt zo’n aanwas niet belast met schenk- of erfbelasting. Interessant dus! Helaas is het juridisch niet mogelijk om een beding van aanwas te sluiten dat betrekking heeft op goederen uit de huwgemeenschap.  

  • Testament?  

Wanneer Jan overlijdt, valt zijn helft van de huwgemeenschap in zijn nalatenschap. Zonder testament zal zijn nalatenschap vererven volgens de wet. Dat betekent dat An het vruchtgebruik erft van zijn nalatenschap en zijn kinderen de blote eigendom. Met een testament kan Jan zijn helft van de huwgemeenschap in volle eigendom toewijzen aan An, zodat zij na zijn overlijden de volledige huwgemeenschap bezit. Deze testamentaire begunstiging van An botst echter op twee nadelen: (1) de kinderen kunnen zich ertegen verzetten omdat hun erfrechtelijke reserve werd aangetast en van hun moeder eisen dat zij de helft aan hen (in blote eigendom) afstaat; (2) de testamentaire begunstiging zal worden belast met erfbelasting (tot 27%). Bovendien zal wat ervan is overgebleven wanneer An overlijdt een tweede keer worden belast met erfbelasting.  

Tarieven erfbelasting in rechte lijn en tussen partners 

Van 0,01 t.e.m. 50.000,00  3% 
Van € 50.000,01 t.e.m. 250.000,00  9% 
> € 250.000,00  27% 

 

  • Verblijvingsbeding?  

Jan en An kunnen ervoor kiezen om een verblijvingsbeding, in de volksmond beter bekend als een ‘langst leeft, al heeft’-clausule, op te nemen in hun huwelijkscontract. Dankzij deze clausule zal het volledige gemeenschappelijk vermogen bij An terechtkomen wanneer Jan overlijdt. Bestaat het gemeenschappelijk vermogen geheel uit huwelijkse aanwinsten, dan kunnen de kinderen zich bovendien niet verzetten tegen deze overbedeling van hun moeder door een aantasting van hun reserve te claimen. In feite worden de kinderen dus ‘tijdelijk’ onterft. Aan deze performante planningstechniek hangt helaas een fiscaal prijskaartje vast: de wet stelt deze overbedeling van An via huwelijkscontract immers gelijk met een begunstiging via testament. Jans helft van de huwgemeenschap die An ontvangt zal dus worden belast met erfbelasting. Bovendien zal het stuk dat An vóór haar eigen overlijden niet heeft opgemaakt noch tijdig heeft doorgeschonken aan de kinderen voor een tweede keer worden belast met erfbelasting.  

  • Sterfhuisconstructie?  

Een sterfhuisconstructie is een clausule in het huwelijkscontract die de volledige gemeenschap laat toekomen aan één partner. Men kan deze clausule dus vergelijken met een verblijvingsbeding (‘langst leeft, al heeft’-clausule), maar dan een waarin de begunstigde bij naam wordt genoemd zonder dat hij of zij daarvoor het langst moet leven. Een cruciaal fiscaal gevolg is dat er geen erfbelasting betaald hoeft te worden en dat is uiteraard het grote verschil met het ‘langst leeft, al heeft’-beding. De reden is dat het volledige gemeenschappelijk vermogen wordt toebedeeld aan één,  bij naam genoemde partner zonder dat er een overlevingsvoorwaarde wordt gesteld.  

Deze techniek was lange tijd enorm “populair” bij echtgenoten waarvan een terminaal ziek was en het dus zo goed als 100% zeker was dat de andere echtgenoot het langst zou leven. Even lang was zij een doorn in het oog van de fiscus. Na talrijke pogingen van de belastingadministratie om de sterfhuisconstructie aan te vallen wegens fiscaal misbruik werd uiteindelijk de wet aangepast in juli 2015. De overlevingsvoorwaarde werd geschrapt uit de bewuste wetsbepaling die de belastbaarheid regelt van ‘langst leeft, al heeft’-clausules, zodat de sterfhuisconstructie sindsdien – althans fiscaal gezien – geen enkele zin meer heeft en de overlevende echtgenoot sowieso belast zal worden op de helft van de gemeenschap.  

 

Uitbreng als alternatief?  

Nu de sterfhuisconstructie fiscaal gezien geen zin meer heeft, biedt de zogenaamde ‘uitbreng’ een geschikt alternatief voor de roerende goederen. Jan en An kunnen hun huwelijksvermogensstelsel wijzigen, waarbij zij hun gemeenschapsstelsel inruilen voor het stelsel van zuivere scheiding van goederen. Bij de vereffening-verdeling van hun oude gemeenschapsstelsel wijzen zij alle roerende goederen (geld, aandelen, beleggingen,…) toe aan de niet-zieke echtgenote An.  Jan en An kunnen hun gemeenschapsstelsel ook gewoon behouden en sommige of alle roerende goederen overbrengen naar het eigen vermogen van An. An zal geen schenk- of erfbelasting moeten betalen op de roerende goederen die zij op die manier bovenop haar eigen helft in de huwgemeenschap ontvangt.  

Voor onroerende goederen liggen de kaarten anders. De uitbreng van onroerende goederen naar het eigen vermogen van de niet-zieke echtgenoot maakt eveneens geen schenk- of erfbelasting verschuldigd, maar wel een verdeelrecht van 2,5% op de totale waarde van het uitgebrachte goed.  Case-by-case moet worden nagegaan of een vlakke belasting aan 2,5% op de volledige waarde te verkiezen valt boven een progressieve belasting aan 3, 9 en 27% op de helft van de waarde. Bovendien volgt de gezinswoning een apart fiscaal regime: het deel in de gezinswoning dat de langstlevende echtgenoot van zijn partner erft is vrijgesteld van erfbelasting. Daarom zal een toebedeling van de gezinswoning aan de niet-zieke echtgenoot via keuzebeding of via keuzetestament fiscaal steeds goedkoper zijn dan een uitbreng.  

Zijn de goederen afkomstig van beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk werden verdiend, dan kunnen de kinderen zich bovendien niet verzetten tegen deze overbedeling van hun moeder door een schending van hun reserve te opperen. Via de uitbreng worden de kinderen dus opnieuw ‘tijdelijk’ onterft.  

De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) is deze planningstechniek minder genegen en besloot in twee rulings in 2016 en 2017 dat er sprake was van fiscaal misbruik. In beide gevallen was een van de echtgenoten zwaar ziek en vond er kort voor het overlijden een uitbreng uit de gemeenschap plaats ten gunste van het eigen vermogen van de gezonde echtgenoot. Omdat de keuze voor deze techniek volgens VLABEL uitsluitend was ingegeven door fiscale motieven, hield ze er geen rekening mee bij haar berekening van de erfbelasting en wilde ze belasten “alsof de uitgebrachte goederen nog tot het gemeenschappelijk vermogen behoorden en vervolgens door een verblijvingsbeding aan de langstlevende echtgenoot zouden zijn toegekomen”. Dit zou betekenen dat de langstlevende echtgenote erfbelasting moest betalen op al hetgeen zij dankzij de uitbreng bovenop haar eigen helft van de huwgemeenschap had ontvangen.  

De langstlevende echtgenoot tekende bezwaar aan tegen de aanslag en kreeg uiteindelijk van de rechter gelijk, zowel in eerste aanleg als in beroep. Telkens beet de Vlaamse Belastingdienst – om bewijstechnische redenen – in het zand. Te vermelden waard is dat de feitenconstellatie in beide gevallen net iets anders was: in het ene geval gebeurde de uitbreng “asymmetrisch” en dus uitsluitend richting de niet-zieke echtgenoot, in het andere geval werden roerende goederen “symmetrisch” uitgebracht naar het eigen vermogen van beide echtgenoten waarna de zieke echtgenoot op dezelfde dag de aan hem toebedeelde goederen schonk aan de niet-zieke echtgenoot. Het Hof achtte het fiscaal misbruik in beide gevallen niet bewezen met als gevolg dat VLABEL de uitbreng moest respecteren en de toebedeling aan de gezonde echtgenoot dus niet kon belasten. Het Hof benadrukte ten slotte dat “de belastingplichtige nog steeds beschikt over de vrije keuze voor de minst belaste weg”. 

Conclusie:

Wat zijn de voordelen en aandachtspunten van een “uitbreng” bij successieplanning op de valreep?  

Voordelen 

De uitbreng richting de niet-zieke echtgenoot geeft geen aanleiding tot schenk- of erfbelasting;  

Een wijziging van het huwelijksstelsel kan tot op het allerlaatste moment doorgevoerd worden; 

U kan gemeenschappelijke kinderen tijdelijk onterven zonder dat zij zich hiertegen kunnen verzetten. 

Aandachtspunten 

Vooral interessant voor roerende goederen; 

Enkel aan te raden wanneer men zeker weet welke partner eerst zal overlijden en een schenking aan de kinderen niet mogelijk of wenselijk is. 

Waarom u geen koele minnaar van verzekeringsfondsen hoeft te zijn

Tak23-fondsen vertonen veel gelijkenissen met de klassieke beleggingsfondsen die (private) banken aanbieden. Net zoals met de klassieke fondsen belegt u met een tak23-fonds in een mandje van aandelen, obligaties of andere beleggingsinstrumenten. Maar er zijn ook grote verschillen.

1/ Vermogensplanning

Het belangrijkste verschil is dat een tak23-fonds een verzekeringscontract is. Dat betekent dat sprake is van een verzekerde, een verzekeringnemer en een begunstigde. De constructie biedt mogelijkheden op het vlak van vermogensplanning, omdat u met zo’n fonds kunt bepalen wie het kapitaal van het fonds in handen krijgt als u overlijdt. In een maatschappij waarin het klassieke gezin niet meer de standaard is, bieden tak23-fondsen de mogelijkheid een deel van uw nalatenschap te regelen als u niet alles aan uw wettelijke erfgenamen wil nalaten. Met tak23-fondsen kunt u generaties overslaan bij het schenken. Andere beleggingsinstrumenten, zoals de bankfondsen, volgen de weg van het wettelijk erfrecht waardoor ze bij uw overlijden in handen komen van uw wettelijke erfgenamen. Al kunt u daar met bijkomende planningstechnieken van afwijken.

Wie in zijn tak23-fonds zijn partner als begunstigde opneemt, krijgt bovendien het voordeel dat de uitkering bij zijn overlijden altijd in volle eigendom gebeurt. Er is dus geen opsplitsing tussen vruchtgebruik en blote eigendom die u bij de vererving van bancaire tegoeden wel hebt.

Nog een voordeel is dat tak23-contracten altijd aanpasbaar zijn. U kunt op elk moment de begunstigde wijzigen waardoor u altijd de controle over het fonds houdt.

Let wel, de tak23-fondsen ontslaan u niet van erfenisbelasting. Het tak23-fonds ondergaat de gewone fiscale regels bij een nalatenschap.

2/ Fiscaliteit

Op fiscaal vlak zijn er ook enkele belangrijke verschillen. Bij elke premie die u in zo’n fonds stort, geldt een premietaks van 2 procent, maar die ontslaat u de volgende jaren van andere fiscale verplichtingen die een klassiek fonds wel kent. Geen beurstaks of roerende voorheffing, en ook geen Reynderstaks van 30 procent als u voor een fonds kiest dat (gedeeltelijk) in obligaties belegt.

U kunt de begunstigde van een tak23-fonds altijd wijzigen, waardoor u de controle behoudt.

De tak23-fondsen hoeft u ook niet mee in rekening te brengen voor de effectentaks. Die taks van 0,15 procent geldt voor personen die minstens 1 miljoen euro op een effectenrekening hebben staan. Bancaire fondsen komen bij de belegger op een effectenrekening terecht, maar tak23- fondsen doorgaans niet.

Let wel, dat betekent niet dat uw tak23-fonds automatisch ontkomt aan de taks. De effectentaks wordt bij tak23-fondsen immers toegepast op het niveau van de verzekeraar. Die kan beslissen de taks door te rekenen aan de cliënt, maar hij kan de taks ook voor eigen rekening nemen. Sommige verzekeraars, zoals KBC, rekenen de taks niet door. Andere verzekeraars, zoals Belfius en AG Insurance, houden er rekening mee in de kosten die ze aanrekenen.

3/ Open architectuur

De aanbieders van tak23-fondsen werken doorgaans met fondsen van externe beheerders, vaak internationale fondsenhuizen. Dat is een troef in het retail- segment, maar in private banking kunnen banken die troef nauwelijks uitspelen. Dat komt omdat cliënten in de meeste private banken ook toegang krijgen tot de bancaire fondsen van die internationale fondsenhuizen. In het retailsegment bieden grootbanken veelal alleen toegang tot de eigen huisfondsen.

Tak23-fondsen mogen dan aantrekkelijke troeven hebben, het belangrijkste aandachtspunt zijn de kosten.

4/ Kosten

Tak23-fondsen mogen dan aantrekkelijke troeven hebben, het belangrijkste aandachtspunt zijn de kosten. Doorgaans liggen de instapkosten voor tak23-fondsen bij verzekeraars hoger dan bij de klassieke banken. In uitzonderlijke gevallen kunnen die eenmalige kosten oplopen tot 7 procent. Anders gezegd, wie het fonds zeven jaar bijhoudt, moet dan al jaarlijks ongeveer 1 procent van het rendement inleveren aan de instapkosten.

Daarnaast is het opletten voor dubbele beheerskosten. Omdat veel tak23-producten onderliggend in fondsen van externe beheerders beleggen, rekent de verzekeraar jaarlijkse beheerskosten aan voor het beheer van het tak23-product, boven op de beheerskosten die verbonden zijn aan het onderliggende fonds. Wie in tak23-fondsen belegt, doet er goed aan zich te informeren over de aangerekende kosten.

5/ Aanbod

De meeste private banken hebben een eigen aanbod van tak23-fondsen. Belfius biedt in private banking tak23-fondsen aan via KITE, dat het definieert als een duurzame beleggingsverzekering. Het aanbod bestaat uit een gamma van 18 duurzame fondsen van gerenommeerde beheerders. Het voordeel van het product is volgens de bank dat het ook gebruikt kan worden als een renteniersformule. Via de formule Comfort kunnen regelmatige afkoopverrichtingen gebeuren. Volgens Belfius wordt het product vooral afgenomen in retail en veel minder in private banking. ‘We overwegen wel de lancering van een aangepast tak23-product voor private- banking en wealthklanten’, zegt de bank.

‘Door een verzekeraar binnen te brengen verliest de private bank niet alleen een deel van de marge, maar ook een deel van de controle over de portefeuille van de cliënt. Mogelijk willen ze geen ménage à trois.’

DENIS-EMMANUEL PHILIPPE, ADVOCAAT BLOOM

Ook BNP Paribas heeft tak23-producten in het aanbod onder de naam Smart Fund Plan Private. De belegger kan kiezen uit een 20-tal basisfondsen. De formule biedt de mogelijkheid een beschermingsmechanisme in te bouwen, waarbij bijvoorbeeld het verlies beperkt blijft tot een vooraf afgesproken niveau. Ook hier bestaat de mogelijkheid om jaarlijks een deel van het fonds af te kopen.

Ondanks de troeven van tak23 op het vlak van vermogensplanning blijft de appetijt voor de producten binnen private banking relatief beperkt, leert een rondvraag bij de belangrijkste spelers op de Belgische markt. Fiscaal advocaten wijzen er ook op dat de banken zelf niet altijd vragende partij zijn om de instrumenten actief aan te bieden in private banking. ‘Door een verzekeraar binnen te brengen verliest de private bank niet alleen een deel van de marge, maar ook een deel van de controle over de portefeuille van de cliënt. Mogelijk willen ze geen ménage à trois’, zegt Denis- Emmanuel Philippe, advocaat van Bloom.

Bron: Netto, 27/05/2022

Auteur: Peter van Maldegem

Dit artikel werd gereproduceerd met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden. Elke reproductie dient het voorwerp uit te maken van een specifieke toestemming van de beheersvennootschap License2Publish: info@license2publish.be. 

Hoe spaart u slim?

Indien u nu denkt ik ben al goed bezig, ik spaar al via mijn spaarrekening, dan denkt u misschien verkeerd. Het gemiddelde rendement van een spaarrekening bedraagt 0,11%, terwijl de gemiddelde inflatie vandaag meer dan 8% bedraagt. U hoeft geen wiskundig genie te zijn om te begrijpen dat dit een slechte investering is…

Het resultaat? U verkrijgt een rendementsloos risico in plaats van een risicoloze belegging.

Bij B-sure zijn wij ervan overtuigd dat, afhankelijk van uw risicoprofiel, u een potentieel mooi rendement kunt behalen, door op regelmatige tijdstippen te gaan investeren in de door ons zorgvuldig geselecteerde topfondsen om zo ook het risico te verlagen.

Beleggen is nooit risicoloos, maar door steeds kleine bedragen te investeren kan u zich wapenen tegen de schommelingen van de markt. Indien u iedere maand steevast dezelfde som belegt, zal u immers meer eenheden kunnen kopen als de markt lager noteert en omgekeerd. Als gevolg heeft u een gemiddelde lagere instapkoers en bent u zo beter ingedekt om toekomstige schommelingen op te vangen. Het gevolg? Op termijn zal uw belegging écht renderen.

Wilt u weten hoe dit nu juist in zijn werk gaat? Check dan zeker onderstaande video waarin er op een leuke wijze wordt uitgelegd hoe dit gespreid instappen in zijn werk gaat.

[embedyt] https://www.youtube.com/watch?v=l-E_vk90KhA[/embedyt]

Uiteraard is de juiste fondsenkeuze ook van belang indien u wenst dat uw belegging rendeert. Wij staan voor u klaar om, rekening houdend met uw persoonlijke situatie, samen op zoek te gaan naar de beste oplossing voor u.

Blijf niet bij de pakken neerzitten, u wil toch ook een zorgeloos pensioen tegemoet zien? Start vandaag met jouw spaarplan en geniet later van jouw inspanningen van vandaag!

Contacteer ons voor een vrijblijvende afspraak op: info@b-sure.eu of neem contact op met uw financiële butler!

 

Disclaimer B-sure
Dit artikel en/of beeldmateriaal verstrekt commerciële informatie en mag in geen geval gelijkgesteld worden met beleggingsadvies. De verstrekte informatie vormt geen aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten of diensten. De informatie in dit document is afkomstig van zorgvuldig gekozen bronnen. B-sure geeft echter geen enkele garantie over de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid, de volledigheid of de opportuniteit van de informatie, gegevens of publicaties. De redactie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet-verwezenlijken van de verwachtingen.

Macro update Prof. Stefan Duchateau: “You must believe in spring”

In tegenstelling tot de bescheiden verwachtingen die werden gekoesterd voor het derde kwartaal van 2021, verrasten de resultaten van de Amerikaanse bedrijven (weeral) met stevige groeicijfers, zowel inzake winstontwikkeling als inzake omzet. Vier op vijf van de ondernemingen presteerden beter dan verwacht en dat zelfs met gemiddeld 10,3 %. Daardoor viel dit kwartaal weliswaar net naast het podium van de beste kwartalen over de laatste 15 jaar, maar mocht het met een knappe vierde plaats toch meer dan trots zijn op zijn prestaties want die werden neergezet in de moeilijke context van haperende aanbodketens, stijgende grondstoffen- en energieprijzen, politieke onzekerheid en een afzwakkend economisch momentum.

De beste prestaties waren terug te vinden in de bouwsector, bij de commerciële dienstverlening, financials, technologie en industriële bedrijven. Tegenvallende sectoren waren nutsvoorzieningen en energie. Maar ook binnen de sterk presterende sectoren waren er opvallende ontgoochelingen als Disney, Intel, Amazon, Twitter en eBay.

In vorige kwartalen moest er telkens nog even gewacht worden, maar deze keer volgden de beloning en afstraffing vrijwel onmiddellijk en resulteerden ze in een gemiddelde beursstijging van 1,1 % en een terugval met 1,8 % voor bedrijven die hun verwachte resultaten overstegen of die onder de verwachting scoorden.

De flessenhals in de aanbodketen bleek alleszins minder hinderlijk dan eerder aangenomen, terwijl bedrijven de gestegen prijs van intermediaire goederen nog steeds vlot – lees: zonder omzetverlies – kunnen doorrekenen in hun eindprijzen, zodat de winstmarges intact blijven.

Dit resulteert vanzelfsprekend in hogere inflatiecijfers maar ondanks het verwachte hogere niveau van de consumptiecijfers wisten de recent gepubliceerde CPI-cijfers iedereen toch zeer onaangenaam te verrassen.

Grafiek 1: Evolutie van de kleinhandelsprijzen in de VS (kern-CPI), huurprijzen en nieuwe wagens

Een stijging van de kleinhandelsprijzen met 4,6 % op jaarbasis kun je niet zomaar parkeren als een tijdelijke opstoot, zoals de Amerikaanse centrale bank dat beweert. Binnen de inflatie-indicatoren zijn er wel degelijk enkele structurele componenten die een sterke stijging lieten optekenen. Vooral huurprijzen en medische kosten kenden een opvallende opstoot. De sterkste sinds 1992. De prijzen van nieuwe auto’s kenden zelfs de grootste opsprong sedert 1975!

De Amerikaanse centrale bank richt zich bij het uitstippelen van haar beleid echter niet op de CPI-index maar op de meer uitgevlakte PCE-index. Hierop is het weliswaar nog weken wachten maar de stijgingen in de eerstgenoemde prijsindex zullen zich ongetwijfeld ook doorzetten in het maatgetal dat de Fed hanteert zodat de druk verder zal toenemen om het huidige beleid met rentestijgingen bij te sturen.

Ook in de eurozone zijn er zeer sterke stijgingen van de inflatie-indicatoren. Dat hebt u vanzelfsprekend ook al gemerkt aan de kassa van het grootwarenhuis en het tankstation, terwijl u ongetwijfeld al bent opgeschrokken door de gas- en elektriciteitsfactuur. De verwachte inflatie kan worden teruggerekend uit inflation-linked bonds. Deze berekening wijst op een scherpe stijging van het prijspeil binnen 12 maanden maar over het lustrum kalmeert de prijsstijging zich gemiddeld tot 2 % op jaarbasis. Was dit enkele jaren geleden niet het ultieme doel van de ECB?

 

Grafiek 2: Verwachte inflatie in de eurozone binnen 1 en 5 jaar

De impact van deze opzienbarende evolutie van de Amerikaanse kleinhandelsprijzen op de beurskoersen viel al bij al nog mee. Tot nu toe, hooguit te vergelijken met een dreigende donderwolk die even voor de zon schuift. Veel van de negatieve invloed van hogere inflatie wordt momenteel immers gecompenseerd door het nagenieten van de recente publicatie van de bedrijfswinsten over het derde kwartaal. De nominale groeivoet van de bedrijfswinsten overstijgt immers in ruime mate de opstoot van het prijspeil en dit wordt verwacht zich te herhalen in de komende kwartalen. Ook uit de laatste werkgelegenheidsstatistieken valt voorlopig nog geen alarmerende toename in de loonmassa te signaleren.

Zolang dit laatste niet het geval is, zal de Fed niet geneigd zijn om een radicale omvorming van haar huidige, soepele monetaire beleid door te voeren. De financiële markten kunnen voorlopig leven met de aangekondigde afbouw van het aankoopprogramma (de zogenaamde tapering) van 15 miljard $ per maand. Hierdoor zal tegen juli 2022 de huidige quantitative easing (dit is systematische aankoop van 120 miljard $ obligaties per maand) afgelopen zijn.

Er is echter wat meer onenigheid over het verwachte tempo waarmee de beleidsrente zal (en moet) worden opgetrokken. De centrale bank laat zich echter nu nog niet vastpinnen op een of ander patroon maar de markten gaan blijkbaar uit van een (substantiële) stijging tegen volgend jaar met een eerste verhoging van 25 basispunten in juni 2022, gevolgd door verdere opwaartse aanpassingen in september en december. Dit gezapige tempo is niet van aard om de beurzen te verontrusten.

Er is overigens ook geen enkele reden om het huidige nultarief nog lang aan te houden. Uit de conjunctuurindicatoren blijkt weliswaar een stabilisatie van de industriële economische groei (op een zeer hoog niveau) maar van de bedrijven uit de dienstensector wordt verwacht dat ze verder vooruit zullen stomen. De combinatie van beide componenten leidt intussen tot een ongezien sterk economisch momentum voor de komende maanden.

 

Grafiek 3: Conjunctuurvoorspelling VS economie (Industrie en diensten, gecombineerd)

Dit bleek trouwens ook al uit de meest recente werkgelegenheidscijfers waar een substantiële verbetering kon worden vastgesteld. Gelet op de nu reeds waarneembare krapte op de arbeidsmarkt, de oplopende vraag naar energie en grondstoffen en de haperende aanbodketens voorspelt dit echter weinig goeds voor het Amerikaanse inflatiefront. De verwachte inflatie springt met reuzensprongen vooruit.

Vandaar dat wij snellere ingrepen op de kortetermijnrente verwachten. De professionele Swapmarkten voorzien immers een gevoelig snellere en grote beweging van de beleidsrente, minstens één hike (met minstens 25 basispunten) binnen zes maanden, snel gevolgd door een reeks aanpassingen in de volgende kwartalen. Dit zal telkens wel gepaard gaan met de nodige gevoeligheden op de financiële markten, maar al bij al brengt dit tempo van renteverhogingen ons slechts binnen enkele jaren terug op het peil waarop de beleidsrente zich bevond voor het uitbreken van de pandemie.

Ondanks al het inflatiegeweld houdt de langetermijnrente zich zeer gedeisd. Dit is enerzijds een uiting van het vertrouwen in het monetaire beleid.

Grafiek 4: Rente op overheidsobligaties (10 jaar) in de eurozone en VS

De verwachte stijging van de Amerikaanse rente op 10 jaar blijft beperkt tot een bescheiden 25 basispunten tegen eind 2022 en 35 basispunten tegen november 2023.

Anderzijds is dat natuurlijk ook het gevolg van het systematisch opkopen van obligaties door de centrale bank. Hierdoor is het waargenomen signaal dat uit de rentecurve kan worden afgeleid, sterk vertekend. Zeg maar gerust: gemanipuleerd.

Grafiek 5: Verwachte rentestijging op langetermijnobligaties in de VS op 10 jaar binnen 1 en 2 jaar

De conjunctuurbewegingen in de eurozone zijn veel minder uitgesproken. Er heerst – terecht – optimisme over een nakende, substantiële groei maar dat wordt steeds nadrukkelijker afgezwakt door de oplopende COVID-19-cijfers. Iedere poging tot versoepeling van de maatregelen wordt genadeloos afgestraft met een nieuwe golf van besmettingen, gelukkig met afnemende fataliteitsgraad, deels het gevolg van de vaccinaties maar ook omwille van het mildere karakter van de meest besmettelijke variant van het virus.

Ondanks de onweerswolken die samentroepen boven de financiële markten, blijft de waargenomen volatiliteit relatief beperkt en dalen de risicopremies zelfs. Dit betekent dat beleggers genoegen nemen met een afnemende vergoeding op de aandelenmarkt. Een betere blijk van vertrouwen bestaat er niet. Als je de implosie van de technologieaandelen in 2000 en de ineenstorting van de markten in 2008-2009 – zij het met enige kleerscheuren –  hebt overleefd, daarna de vervaarlijke eurozone-crisis zag wegebben en het heldhaftige verweer tegen de pandemie nog vers in het geheugen hebt, dan kun je terecht de vraag stellen of de huidige opstoot van de inflatie en het toenemende aantal covidbesmettingen van aard kunnen zijn om de aandelenbeurzen van hun fundamentele opwaartse pad af te brengen. Dat mag echter niet tot overmoed leiden. Alert blijven, blijft echter de boodschap.

Onze asset-allocatie blijft overwogen in aandelen, met nadruk op de VS en met (terug) toegenomen interesse voor zowel technologie als industriële waarden in Europa. Dit sluit niet uit dat enkele winstnemingen konden worden doorgevoerd met betrekking tot bedrijven waar de prijs-kwaliteitverhouding geleidelijk verslechterd is. Dit geeft ons tegelijk de kans om fundamentele posities in de portefeuille verder aan te vullen, zodat bedrijven die operatief zijn in automatisatie, cloudgerichte toepassingen, logistiek, medische apparatuur en beveiligingssoftware een nog prominentere plaats innemen in onze aandelenselectie.

Voor de groeilanden ruimen we enkel plaats in voor India, maar we blijven gepositioneerd wanneer China (eindelijk) terug zijn opwachting zal maken. Dat kan echter nog maanden aanslepen, gelet op de groeikrampen waarmee de rode reus momenteel te kampen heeft. Deze malaise weegt ongetwijfeld op de wereldgroei maar hierdoor blijft ook de ontwikkeling van de grondstoffenprijzen (enigszins) onder controle. Ieder nadeel heeft zijn voordeel.

In obligatieland lijkt de zoektocht naar enig rendement steeds meer op het stropen van een kei. Maar de gestegen dollarkoers blaast gelukkig wat wind in de zeilen, samen met de uitstekende prestaties van Chinees overheidspapier en Scandinavische bedrijfsobligaties. Door de verwachte rentestijgingen bieden obligaties echter bitter opwaarts potentieel voor de nabije toekomst.

COVID-19 is intussen met succes aan zijn tweede winteroffensief begonnen en verbaast er zich wellicht over hoe het kan dat de mensensoort hierdoor alsnog verrast blijkt te zijn. Zelfs met de fanfare op kop weet dit virus ons keer op keer te verschalken. In de Lage Landen zijn de cijfers intussen (weer) compleet ontaardt en strijden de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden om de Europese titel. We hadden het hoogste stapje op dat podium echter liever op de groene grasmat of op veldwegen behaald.

 

Grafiek 6: COVID-19-besmettingen

Een nieuwe verstrenging van de maatregelen dringt zich op, om ervoor te zorgen dat de ziekenhuizen niet (opnieuw) overbelast worden. Had men dan intussen niet beter wat capaciteit bijgebouwd in plaats van met euvele overmoed een overwinning op het virus te verzinnen?

Als we lessen mogen trekken uit de vierde golf van de Spaanse griep in 1919, zal dit (laatste?) winteroffensief wel onrustwekkende proporties aannemen maar niet van fatale orde zijn, zodat we in de lente weer kunnen uitkijken naar een normalisatie van het maatschappelijke leven.

You must believe in spring.

 

 

Bron

Prof. Stefan Duchateau

LinkedIN Profiel Stefan Duchateau: https://bit.ly/2Y3IorZ

 

Disclaimer B-sure

Dit artikel en/of beeldmateriaal verstrekt commerciële informatie en mag in geen geval gelijkgesteld worden met beleggingsadvies. De verstrekte informatie vormt geen aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten of diensten. De informatie in dit document is afkomstig van zorgvuldig gekozen bronnen. B-sure geeft echter geen enkele garantie over de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid, de volledigheid of de opportuniteit van de informatie, gegevens of publicaties. De redactie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet-verwezenlijken van de verwachtingen.