Link gekopieerd

B-sure

to read this

Maak een afspraak

B-sure het laatste nieuws

Relax

Prof. dr. Stefan Duchateau


#B-broker

De combinatie van een hoogstwaarschijnlijke daling van de beleidsrente die zou worden ingezet in de zomermaanden van 2024 met het quasi gelijktijdige herstel van de conjunctuurverwachtingen, over de volle breedte van de Amerikaanse economie, oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op al wie op zoek is naar een deftig rendement op zijn of haar investeringen. U en ik, dus. 

Maar alleen de dwazen stormen onbesuisd binnen. 

In het verlengde van een verdere afkoeling van de inflatieverwachtingen is het weliswaar perfect denkbaar dat de officiële rentetarieven substantieel wordt verlaagd, maar dit zal verlopen langs een bonkig pad met verraderlijke kronkels, rondslingerend straatmeubilair, dwarsbalken op onvoorziene plaatsen en zompige modderpartijen die het tempo van de daling aanzienlijk vertragen. 

De initiële verwachting dat een eerste knip in de beleidsrente al in maart 2024 doorgaan kon vinden (wat beleggers enkele weken geleden nog inspireerde tot een eindejaarsrally) bleek voorbarig en is intussen terecht bijgestuurd. De Amerikaanse kerninflatie van de kleinhandelsprijzen bedraagt immers nog steeds 3,9%. Een dergelijk hoog niveau laat geen renteverlagingen toe en moet aanzienlijk afnemen om de centrale banken ervan te overtuigen om hun wurggreep op de economie te lossen. 

Een terugval van het inflatieritme over de komende twaalf maanden staat weliswaar in de sterren geschreven maar de vijand heeft zich intussen diep ingegraven en zal de ingenomen stellingen kranig verdedigen. Een definitieve doorbraak aan het inflatiefront moet vandaar niet voor het einde van het eerste semester worden verwacht. Meer nog: De laatste inflatiecijfers over de kleinhandel stuiteren terug hoger, ondanks de dalende energie-, voedsel- en grondstoffenprijzen op de wereldmarkten. 

Dit is deels te wijten aan de koppigheid van de diensteninflatie en een (verwachte) weerbots van de prijzen van een aantal duurzame goederen die in de voorafgaande maanden abnormaal scherp waren gedaald. 

De belangrijkste oorzaak van de weerbarstigheid van de inflatie moet echter worden toegeschreven aan de onbesuisde en snel doorgevoerde rentestijgingen van de centrale banken die in deze fase de financieringskosten van de bedrijven opdrijven en de huurprijzen hooghouden. Deze flink gestegen financiële factuur wordt zonder verpinken aan de eindconsument en huurder gepresenteerd. 

De centrale banken veroorzaakten de huidige inflatiedruk, terwijl de inflatieverwachtingen in het afgelopen jaar uit zichzelf zijn afgenomen, in het zog van de dalende energie-, grondstoffen- en voedselprijzen. Met alle rentegeweld hebben de centrale banken geen enkele neerwaartse druk op de inflatie uitgeoefend en hebben enkel onnodige lasten opgelegd aan het bedrijfsleven, huurders en hypotheeknemers. 

Dit is ergerlijk maar vanuit beursperspectief niet fataal. Het vooruitzicht op lagere rente, ergens in een niet te verre toekomst, volstaat ruimschoots om de financiële markten resoluut voor de vlucht vooruit te laten kiezen.  Hun voornaamste drijfveer is immers niet het neerwaartse potentieel van de rente maar wel het opwaartse potentieel van de toekomstige bedrijfswinsten. 

Vandaar ook dat het vooral de groeibedrijven zijn, gelinkt aan de meest beloftevolle deelsegmenten van die sectoren die het best gedijen in de huidige economische context. Gelet op de dominante invloed van de demografische verschuivingen en de fundamentele wijzigingen in de industriële organisatie is deze keuze is overigens snel gemaakt: Bedrijven die nauw aansluiten met de huidige trends in consumptieve bestedingen (van elektronica en kleding tot sommige farmaceutische producten of bepaalde autoproducenten) en vooral ondernemingen die sterk inzetten op automatisatie of hiervoor producten en diensten leveren. 

Doorgedreven Cloud-toepassingen en faciliterende netwerken, geavanceerde halfgeleiders, robotica en cyberveiligheid. Naast nanotechnologie fungeert Artificiële Intelligentie hierbij als een katalysator, wat meteen ook zijn populariteit als beleggingsthema verklaart en de beurskoersen van bedrijven als NVIDIA, AMD of Broadcom naar boven stuwt. 

Maar tussen roemrucht en overmoed bevindt zich maar een dunne scheidingslijn die eens ze overschreden wordt, een zeepbel kan veroorzaken. Vandaar dat het zaak blijft om bij dergelijke stratosferische waarderingen, de realiteitswaarde van de geprojecteerde groei van de bedrijfswinsten permanent te evalueren. Gelet op de soliede winstontwikkeling in deze deelsectoren gaat de vergelijking met de onwaarschijnlijke koersstijgingen van de verlieslatende bedrijven tijdens de Dotcom-gekte uit het begin van dit millennium voorlopig niet op. 

Aangedreven door de technologiesector, gaan de meeste aandelenindices onvervaard op jacht naar een nieuwe records. De  Standard & Poors- en Dow Jones Industrial index -beide na een rustpauze van twee jaar- en de hyper populaire Fang[i] en Nasdaq-indices laten verse topnoteringen optekenen. Geholpen door de sterke beursnoteringen van sommige commerciële banken en een (beperkt) aantal geavanceerde technologiebedrijven kunnen ook de Europese beursindices de opwaartse trend van hun Amerikaanse tegenvoeter gedeeltelijk volgen. 

Grafiek 1: Evolutie van een aantal beursindices (returnindex, uitgedrukt in euro) sinds 01/01/2022 

 

Eén opvallende miskleun: De Chinese beurs die een substantiële terugval over de recente 3 jaar laat optekenen.  De Overheid probeert intussen om het tij te keren door druk uit te oefenen op Short Sellers en ze vervolgens op het verkeerde been te zetten door een extra steunpakket van (omgerekend) 260 miljard euro om de koersval van de Chinese aandelen af te stoppen. 

De recent aangekondigde verdere daling van de reserveverplichtingen van de banken, in samenhang met de relatief lage rentevoeten, moet de kredietverstrekking in de Chinese economie terug vlot trekken en de conjunctuurindicatoren naar een hoger groeipad leiden. Maar dit zijn pleisters op een houten been die slechts tijdelijk enig opwaarts effect kunnen bewerkstellingen. 

De Chinese economie zit gevangen in een neerwaartse spiraal die als het 3D-probleem wordt omschreven: Debt, Deflation & Demographics. De hoge schuldgraad van de vastgoedsector belemmert de expansie van de bouwsector, die de Chinese groeivoet decennialang kunstmatig hooghield. In tegenstelling tot Europa en de VS, dalen de Chinese consumptieprijzen. Hierdoor stijgt de reële waarde van de uitstaande schulden, wat de terugbetaling van de schuldenberg steeds problematischer maakt. Prijsdalingen zetten ook aan tot uitstelgedrag bij consumenten waardoor de economie verder vertraagt en de deflatoire spiraal aan kracht wint. 

De belangrijkste oorzaak voor deze nefaste ontwikkelingen ligt bij de fatale demografische verschuivingen. De invoering van de één-kind-politiek in 1979 en het handhaven hiervan tot 2015 zorgt voor een tekort aan arbeidskrachten, nu de Chinese babyboomers uit de geboortegolf van het begin van de jaren ’60 massaal op pensioen gaan. 

De economische ontwikkeling in China contrasteert in toenemende mate met buurland India dat een totaal andere demografische ontwikkeling heeft gekend (die vanzelfsprekend andere problemen veroorzaakt). De grootste democratie op deze planeet heeft recent ook de 4de plaats ingenomen in de rangschikking van de grootste beurskapitalisatie. 

Het performance-verschil met de Chinese aandelenmarkt neemt intussen een hallucinante dimensie aan: Omgerekend in euro, steeg de Indische NIFTY-aandelenindex sinds het begin van 2021, met 73,6% (en dit is zelfs beter dan de Fang-index!) 

Over dezelfde periode verloor de Chinese CSI-300-index 32.7% van zijn pluimen. In de kering vormt dit het markante verschil van meer dan 100% over een periode van nauwelijks 3 jaar. 

Verrast dit u? Dat zou niet mogen want we hebben in het verleden zowat iedere gelegenheid te baat genomen om volgende anekdote met u te delen: Bij onze veelvuldige bezoeken aan de megabanken voor wie we destijds beleggingsproducten ontwikkelden in Shanghai en Beijing vroeg een hoogstaande regeringsambtenaar waarom deze producten steeds gebaseerd waren op Chinese en -bijvoorbeeld- niet op Indische aandelen. Omdat we dachten dat dit zo moest, was onze verbaasde reactie. No certainly not, was de repliek, we believe much more in India. China is for the next 10 years; India is for eternity.  Dit korte gesprek verliep intussen al meer dan 20 jaar geleden …  

  

 

[i] De Fang-index bevat een tiental sterk groeiende bedrijven als NVIDIA, Meta Platforms en Apple.

 

Prof. dr. Stefan Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. 
Hij is een eminentie in het Belgisch financieel landschap. Hij werkt als macro-economisch adviseur voor Argenta. Voorheen was hij topman KBC Asset Management. Stefan Duchateau is docent beleggingsleer en financiële markten voor HUBrussel, KULeuven en UHasselt.

  

Disclaimer B-sure
Dit artikel en/of beeldmateriaal verstrekt commerciële informatie en mag in geen geval gelijkgesteld worden met beleggingsadvies. De verstrekte informatie vormt geen aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten of diensten. De informatie in dit document is afkomstig van zorgvuldig gekozen bronnen. B-sure geeft echter geen enkele garantie over de actualiteit, de nauwkeurigheid, de juistheid, de volledigheid of de opportuniteit van de informatie, gegevens of publicaties. De redactie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet-verwezenlijken van de verwachtingen.